Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorg Poort/Jeugdpoort 31 oktober 2012
 

Transitie vereist meer duidelijkheid aan de voorkant

 

Stevige relatie met gezondheidszorg moet in nieuwe Jeugdwet

Door Wim Coenraadts

 

Brengt de komende decentralisatie van de jeugdzorg in Nederland de samenhang tussen jeugdbeleid en gezondheidszorg dichterbij, of vertoont de concept -Jeugdwet zoals die nu op tafel ligt op dat terrein nog te veel lacunes? Dat was de centrale vraag op de meest recente bijeenkomst van Jorgpoort, een combinatie van Jeugdpoort en Zorg Poort op woensdag 31 oktober jl. in perscentrum Nieuwspoort. Een uitstekend moment, tussen regeerakkoord en regeringsverklaring in en tussen consultatie en vaststelling van de nu nog concept – Jeugdwet. De risico ’s voor de transitie zijn nu nog te groot. Kwaliteit of resultaat, meer duidelijkheid aan de voorkant is in ieder geval noodzakelijk. Anders gaat het niet lukken.

 

Kinderombudsman Marc Dullaert zette als de eerste spreker de toon. Uitermate sceptisch is hij over de inhoud van de concept- Jeugdwet, die gemeenten verantwoordelijk gaat stellen voor het jeugdbeleid en de relatie met de gezondheidszorg. Dullaerts reserves zitten niet in de inhoud en doelstellingen van de beoogde decentralisering, als wel over de garanties dat die doelstellingen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd en daarmee in het belang zijn van het kind.

 

Ik zie zeker de voordelen van decentralisering. De zorg en de bescherming van het kind komen dichter bij huis en dat vanuit één hand regie wordt gevoerd op een gezin juich ik alleen maar toe. De huidige concept- Jeugdwet kent echter onvoldoende waarborgen dat gemeenten hun nieuw toebedeelde taken ook werkelijk uitvoeren. Ook de kaders waarbinnen ze dat moeten doen zijn onduidelijk. Bovendien probeert de centrale overheid haar eigen verantwoordelijkheid en het recht op zorg voor kinderen te beperken. Dat kan natuurlijk niet. De overheid blijft te allen tijde eindverantwoordelijk’.

Dullaert voorziet een te grote beleidsvrijheid voor gemeentes. ‘Riskant, want te veel vrijheid vergroot de kans op willekeur.’ De kinderombudsman vreest dat daardoor grote verschillen ontstaan tussen gemeenten. ‘Daarmee creëer je feitelijk rechtsongelijkheid onder kinderen.’ In de praktijk kan dat betekenen dat een kind in Maastricht heel andere zorg en begeleiding krijgt dan een kind in Utrecht. Een onwenselijke situatie, stelt Dullaert, en bovendien strijdig met het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Dullaert onderbouwde zijn betoog met voorbeelden uit de praktijk. ‘Op dit moment is er al duidelijk sprake van kwaliteitsverschillen tussen gemeenten. Zo doen Enschede en enkele Brabantse gemeenten (o.a. Bergen op Zoom) het zonder meer goed, maar hebben vooral kleinere en middelgrote gemeenten nauwelijks een idee hoe ze de decentralisering moeten invullen en borgen.’ ‘De uitvoering van de Jeugdwet kan niet aan de hand van pilots’.

‘Laat ons eerst leren uit best practices zoals Enschede en Brabant. Ik wil waarborgen. Op kwaliteit, of op resultaten, dat maakt me niet uit. En daar kun je in een maand of twee uit zijn.’

 

Dullaert kon rekenen op bijval van de andere inleiders, Henrique Sachse, vice- voorzitter van Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland en Ilse te Walvaart, manager zorgvernieuwing bij verzekeraar Coöperatie VGZ. ‘Voor het goed uitvoeren van de Jeugdwet heb je heldere kaders nodig’, onderstreept Sachse. ‘Die moeten gaan over kwaliteit, toeleiding en toezicht. Zo’n kader biedt professionals een overzichtelijk speelveld waarop ze kunnen werken met ouders en kinderen.’

De vice- voorzitter van de AJN verbaast zich overigens over het ontbreken van onder andere jeugdartsen in de concept- Jeugdwet. ‘Juist de jeugdarts is de verbinding tussen gezondheidszorg en jeugdhulp. Hij of zij heeft het overzicht en kan vanuit die positie een waardevolle bijdrage leveren aan de dé-  medicalisering binnen de jeugdzorg. Daarom, plaats de rol van de jeugdarts in de wet.’ Ook pleit Sachse voor een interdisciplinaire aanpak met de beste professional voor in de keten en zonder aanbestedingsprocedures.

 

Ook Ilse te Walvaart benadrukt het belang van heldere afspraken over kwaliteit en einddoelen. Vanuit Coöperatie VGZ begeleidde ze in Gorinchem een succesvol integraal wijkteamproject waarbij alle hulpverleners die in een wijk met wonen, zorg en welzijn te maken hebben resultaatgericht samenwerken met als doel meer gezondheidswinst.

Die gemeenschappelijke stip op de horizon moet voor alle deelnemers helder zijn, net als de manier hoe je dat doel samen wilt invullen. Is dat niet aanwezig, dan is het risico op mislukking groot. En dan is er ook nog de menselijke factor. Want de personen die de samenwerking invullen zijn de bepalende succesfactor. Ontbreekt daar betrokkenheid dan verworden wijkteams al snel tot praatclubs waar veel gediscussieerd en weinig gerealiseerd wordt. Uiteindelijk gaat het om leiderschap, overtuiging en vertrouwen om een vernieuwend initiatief ook daadwerkelijk tot een goed einde te brengen.’

 

In de discussie met de zaal kwam het punt van toezicht en financiering aan bod.

Wat betreft de financiering is ons stelsel nu nog teveel gericht op uur/factuur. We moeten toe naar meer gezondheidswinst, zoals ook gesteld in het nieuwe regeerakkoord. Dat betekent problemen voorkomen. Deze initiatieven zijn heel pril maar veelbelovend. Het huidige financieringstelsel heeft belemmeringen, maar 80 % is met de huidige financiering te bereiken. De overige 20% moeten we een oplossing voor zoeken.  Aan de hand van de vragen wat kost het, wat levert het op en wie betaalt wat is veel te bereiken.

In hoeverre is onafhankelijk toezicht nodig? Onafhankelijk toezicht betekent dat het bij de gemeenten moet worden weggehaald. ‘Doe je dat niet dan lijkt het een beetje op een slager die zijn eigen vlees keurt’, aldus Dullaert. Hoofdinspecteur Gemma Tielen van Inspectie Jeugdzorg pleit vooral voor een simpel en efficiënt onafhankelijk toezicht, los van wie de opdrachtgever is. In haar ogen dreigt dat niet te gebeuren als de jeugdzorg door de decentralisering naar gemeentelijk niveau te zeer versnipperd raakt.    

 

fotoverslag >>