Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorgpoort 2 november 2011
 

‘Meer zorg in de buurt met minder geld kan niet!’

Door Nathalie Dingeldein

Minister Schippers wil komend jaar de basiszorg in de buurt versterken en toegankelijker maken. Tegelijkertijd worden diezelfde zorgverleners juist sterk op hun budget gekort. Kan dat eigenlijk wel? Kunnen we ervoor zorgen dat ondanks deze schijnbare tegenstrijdigheid patiënten in de toekomst toch de juiste zorg krijgen?

 

Eigenlijk is het unanieme antwoord: nee minister, dat kan niet !

Korten op de eerstelijnszorg biedt geen structurele oplossing voor de almaar stijgende zorguitgaven, zoals verwoord door dr. Jolanda Dwarswaard de Snoo van het Instituut voor Beleid en Management in de gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit.

De gedeelde afwijzing van de aangekondigde bezuiniging maakte het constructief zoeken naar mogelijke oplossingsrichtingen wel makkelijker. Een greep eruit:

 

 

Als het aan de minister ligt krijgen we in 2012 meer zorg in de buurt. De eerste lijn wordt echter stevig gekort op het budget. Door de budgetkortingen zijn de verwachtingen van de kritische en mondige consument waarschijnlijk niet meer waar te maken. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) geeft daarbij aan dat veel huisartsen zich emotioneel aangetast voelen door uitspraken van demminister die suggereren dat de artsen niet altijd het belang van de patiënt voorop hebben staan, maar vooral hun salaris willen veiligstellen. De kosten dan beheersen door patiënten zelf meer te laten betalen, is ook geen reële optie, aldus Anne Mulder (VVD). Divers onderzoek wijst uit dat mensen dat niet willen en/of niet kunnen. En zeker de groep die er het meeste gebruik van maakt niet. Eigen verantwoordelijkheid en solidariteit lopen als een rode draad door de avond.

 

Doorgeslagen gedrag

Dr. Jolanda Dwarswaard de Snoo onderzocht de werking van prikkels in de zorg wat leidde tot haar proefschrift “De dokter en de tijdsgeest”. Zij concludeert dat zowel dokter als patiënt zijn veranderd in hun gedrag. De jarenlange door de overheid en verzekeraars gepropageerde kritische consumentenhouding is doorgeslagen. Aan beide zijden. Omwille van patiënttevredenheid (en om agressie en slechte beoordelingen op internet te voorkomen) laat de dokter zijn beroepsethische terughoudendheid vaker varen en krijgt de goedvoorbereide en mondige patiënt steeds vaker wat hij wil: dat dure medicijn, onderzoek of verwijzing naar de tweedelijn. Want: de dokter is er voor jou! Met marktwerking in de zorg wordt “U vraagt wij draaien” waarschijnlijk steeds meer het adagium in de eerstelijnszorg. Tenslotte gaat de patiënt gewoon naar de concurrent als hij niet krijgt wat hij wil. Het is dus het beleid, de marktwerking, dat niet meer uitnodigt tot een verstandige en terughoudende rol van de arts. Waarbij uiteraard de financiële prikkels in het systeem ook een bijdrage leveren.

Maar meer zorg is niet altijd beter. Het gaat om zorginhoudelijke overwegingen, wat is het beste voor de patiënt?

 

Een zorgmarkt betekent ook dat de aanbieder van zorg vraag creëert, aldus Dwarswaard de Snoo. Al zouden consumenten terughoudend willen zijn, de prikkels in de markt maken het niet gemakkelijk. Hij wordt dagelijks verleid met advertenties voor spataderstraten, knie- en snurkpoli’s, mri-centra en andere zelfstandige behandelklinieken. In advertenties lijken de meeste van deze centra ondersteund door de verzekeraars, dus waarom zou je daar als kritische consument ook geen gebruik van maken? Zo wordt aan alle kanten vraag gecreëerd.

Dwarswaard de Snoo geeft ook aan dat het als huisarts moeilijker is om een patiënt niet door te verwijzen, dan wel mee te gaan in het verzoek. Iedereen heeft tenslotte liever een tevreden patiënt die minder tijd en energie kost.

 

Eigen verantwoordelijkheid

Dan de bezuinigingen vanuit het oogpunt van de verzekeraar. Eigen verantwoordelijkheid is een speerpunt bij de tweede spreekster, Marjolein Verstappen, directeur Zorginkoop en vicevoorzitter van de divisie Zorg en Gezondheid van Achmea. Zij spoort de huisartsengroep aan om zelf te komen met herkenbare criteria, op basis waarvan je beloningsprikkels kunt instellen. Het gaat om zinnige en zuinige zorg. Hoe kun je gedifferentieerd belonen bewerkstelligen?

Achmea wil zorgvraag en –aanbod beïnvloeden om kostenstijging te beteugelen. Alleen met beheersbare kosten blijft kwalitatief goede zorg breed toegankelijk en betaalbaar voor iedereen. De eerste lijn is daarvoor onontbeerlijk. Achmea (met bijna 5 miljoen verzekerden) heeft daarbij een belangrijke rol. Bijvoorbeeld door de spiegelinformatie die ze halen uit de door henzelf ontwikkelde tool. Achmea is een groot voorstander van samenwerkingsverbanden in een wijk.  Zo werkten in Utrecht Overvecht huisartsen, GGD, welzijnswerkers, scholen etc. samen om de vele patiënten met vage buikklachten te helpen.  In vier jaar tijd leidde dat tot lagere zorgkosten en een gezondere populatie. Er moeten dus instrumenten ontwikkeld worden waardoor de performance goed is.

Eeke van der Veen vroeg zich hardop af waarom de verzekeraars niet meer duidelijkheid geven over de oorzaak van de overschrijdingen in de eerstelijnszorg. "Nu denk je intuïtief dat het wel in het honorarium zal zitten. Jullie hebben die informatie toch? Ik verwacht van jullie meer duidelijkheid”. Zijn opmerking vond instemming bij zijn collega kamerleden Pia Dijkstra (D66) en Linda Voortman (GL).

De heer Groot Roessink, Zorggroep Almere, doet de suggestie om op grotere schaal praktijken te spiegelen, in plaats van individuele huisartsen. Als voorbeeld wordt het gezondheidscentrum Almere genoemd. Daar kijk je naar de outcome van minstens 10.000 patiënten.

 

Gezond 100 worden

Wim van Minnen, van de koepel van ouderenorganisaties CSO,  geeft tot slot een doorkijkje in de samenleving van de toekomst. Mensen worden steeds ouder. Zijn er nu 2,5 miljoen vijftigplussers, in 2040 telt ons land er 4,5 miljoen. Naar verwachting worden onze kinderen 100 jaar. Mensen leven langer en blijven langer gezond. Dat geldt niet voor mensen uit de lagere sociaaleconomische klasse. Zij krijgen op jongere leeftijd gezondheidsklachten, hebben minder te besteden, zijn minder actief, kennen meer overgewicht. Op basis van deze levensverwachting kun je niet anders dan meer aandacht besteden aan de lagere sociaaleconomische klasse. En uiteraard neem je ouderen serieus, want alleen dan heeft het een positief effect op de zorgvraag. Daarnaast is het prima om het leeftijdsperspectief te bespreken met de oudere en het mee te laten wegen bij het afstemmen van zorg. Ouderen willen ook dat er rekening gehouden wordt met wie ze zijn.

In dit licht is het ontbreken van goede geriatrische kennis bij de eerstelijn zorgwekkend. Het leidt onder andere tot  multipharmacie. We kunnen gezondheidswinst (en dus geldwinst) boeken door in de huisartsenstructuur meer kennis van ouderenzorg onder te brengen, bijvoorbeeld door een geriatrisch verpleegkundige aan te nemen. Van Minnen neemt en passent nog een vooroordeel weg over de ouderen: ze zijn niet tegen stijging van de AOW leeftijd! Omdat iedereen straks 100 wordt, is er namelijk tijd genoeg om leuke dingen te doen. Ook studenten moeten meer geprikkeld worden om te kiezen voor ouderenzorg. Waar de impopulariteit vandaan komt bij studenten om te kiezen voor deze specialisatie? Imago? Honorering? Ook aan het onderwijs de schone taak om het belang van ouderenzorg te onderstrepen.

Ook de relatief goedkope diëtisten en logopedisten worden als het aan de minster ligt gekort op het budget. Dit staat haaks op de constatering dat mensen uit de lagere sociale klasse, waar overgewicht het meeste voorkomt, meer aandacht moeten krijgen. Voor voedingsadvies en begeleiding komt de patiënt al snel weer bij de huisarts terecht; wat natuurlijk veel duurder is.

 

Frustratie

Frustratie bij zorgverleners ligt ook in het feit dat VWS niet geïnteresseerd lijkt in de oorzaken van de overschrijdingen. Het lijkt simpelweg alsof het geld alleen moet worden teruggehaald. Daarnaast lijken de onderzoeken gebaseerd op oude en/of onbetrouwbare cijfers; wat leidt tot intransparante discussies en het idee van willekeur. Lodi Hennink van de LHV noemde het wat dat betreft “heel raar” dat de minister zich baseert op cijfers van 2006, bij het beargumenteren van het tarief voor 2012. Natuurlijk is iedereen overtuigd van het belang van betrouwbare cijfers; in de praktijk kost het echter veel tijd en energie om te achterhalen waar overschrijdingen vandaan komen. Zaak is om te blijven investeren in een goede database. Het solidariteitsbeginsel komt ook naar voren in de oproep om zowel tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars te werken aan verticale integratie.

De heer Obertop van de Gezondheidsraad wijst aan het einde van de bijeenkomst op het belang van kosteneffectief werken. Dat is lastig, maar noodzakelijk. Regels en richtlijnen zijn onontbeerlijk, juist omdat het zo lastig is om iets níet te doen als de patiënt er wel om vraagt. Als is vastgelegd in een protocol wanneer iets wel of niet mag, wordt het ook eenvoudiger om een verzoek c.q. eis niet te honoreren. Onderzoek van de Boston Consulting Group ondersteunt dit ook. Het houden aan richtlijnen en regels maakt de zorg beter en goedkoper.

 

 

Lezing Dwarswaard.... >>                                             Lezing Van Minnen       >>                                       FD artikel Verstappen  >>

 

 

fotoverslag >>