Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorgpoort 15 maart 2012
 

‘Regionale financiering met focus op

gezondheid is experiment waard’

Door Nathalie Dingeldein

Regionale gezamenlijke financiering van de 1e en 2e lijn, focus op langer gezond en zelfstandig houden van mensen en meer aandacht voor werk bij ziekte. Plus zelf doen wat je doen kunt. Of je nu huisarts, mantelzorger of werkgever bent. Dat zijn de belangrijkste adviezen van Zorg Poort aan de aanwezige leden van de SER -commissie, die begin volgend jaar advies uitbrengt aan minister Schippers over hoe we de zorg betaalbaar kunnen houden. Maar de cruciale vraag, wie er nu eigenlijk waarvoor verantwoordelijk is, bleef onbeantwoord.

 

Zinvolle handreikingen voor het SER -advies, daar was het Prof. Dr. Lans Bovenberg, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Tilburg en als plaatsvervangend kroonlid van de SER lid van de commissie die het advies moet uitbrengen, op 15 maart om te doen. De urgentie om te veranderen is hoog, zo liet ook drs. Aad Koster, directeur van ActiZ, bestuurslid van Zorg Poort en lid van de werkgeversdelegatie van de SER- commissie, zien. Nu bedragen de zorgkosten 13% van het BNP, in 2040 kan dat oplopen tot 41%, vooral door de vergrijzing. Er komt meer vraag naar zorg en minder arbeidsparticipatie.  

 

Vergroot de zelfredzaamheid

Alleen al daarom is het essentieel dat de zelfredzaamheid van mensen omhoog gaat. Dat lijkt ook wel te kunnen. Zo is sinds de jaren ’80 het aantal bejaardenhuizen nagenoeg gelijk gebleven, terwijl het aantal ouderen in 2020 verviervoudigd zal zijn. Meer mensen willen ook best graag thuis blijven wonen, maar dan met ondersteuning. Die komt bijvoorbeeld van een wijkverpleegkundige. Onderzoek heeft aangetoond dat goed opgeleide wijkverpleegkundigen, die hun verantwoordelijkheid mogen nemen van hun organisaties, heel efficiënt en naar tevredenheid van de thuiswonende oudere werken, zo betoogt Wilna Wind, algemeen directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). Mensen hebben zelf veel liever één wijkverpleegkundige dan driemaal daags een andere hulpverlener aan huis, voor verschillende hulpvragen. Doel is mensen helpen om zelfstandig te blijven. Dat is voor iedereen beter en goedkoper.

Daarnaast spoort Wind huisartsen aan om over hun schaduw heen te springen. Wat een huisarts zelf kan doen, moet hij ook echt zelf doen. En alleen naar een specialist verwijzen als het echt moet. Ook geeft ze aan dat artsen best vaker mogen adviseren om het nog even aan te kijken.

Daarbij stelt Emeritus hoogleraar Obertop van de Gezondheidsraad dat Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat een derde van de zorg ineffectief is, dus aantoonbaar niet werkt.

 

Eén budget voor 1e en 2e lijn

Wind benadrukt dat het huidige systeem haaks staat op de ideale situatie. Vooral omdat het zo is ingericht dat het aantrekkelijk is om zoveel mogelijk productie te draaien. Dat jaagt de kosten enorm op. Ze verwacht dat het samenvoegen van de budgetten van 1e en 2e lijn zal leiden tot nieuwe zuinigheid bij de specialist. Obertop benadrukt dat specialisten ook geen prikkel op productie willen.

 

Wie is eigenlijk verantwoordelijk?

Crux van de avond is hoe de verantwoordelijkheid van de zorg helder te maken. De inkoop van zorg moet goed en doelmatig zijn. Willen we dat niet teveel vanuit Den Haag aansturen? Prof. Dr. Bovenberg suggereert dat het eigenlijk de taak is van verzekeraars om zorgaanbieders op een verstandige manier aan te sturen. Volgens Wind is iedereen verantwoordelijk, gezien vanuit de zorgdriehoek. Maar dat kan dus niet.

 

Pia Dijkstra, fractielid van D66 en lid van de Vaste Commissie VWS in de Tweede Kamer, stelt dat zorgverzekeraars de regie hebben in het stelsel en dat zij in die hoedanigheid druk moeten uitoefenen op de zorgverleners. Vooral als het gaat om het sneller inzichtelijk maken van de kwaliteit. “Nu hebben we maar 6% zicht op het resultaat, maar dat moet 100% zijn. Hoe gaan we dat, naast ketenfinanciering, bereiken?”, is haar vraag aan het veld.  

 

Eke van der Veen, fractielid van de PvdA en lid van de Vaste Commissie VWS in de Tweede Kamer, is daarom een voorstander van regionale financiering. Maar let wel: zonder stelselwijziging. Er moet in overzichtelijke, kleine projecten geëxperimenteerd worden. “Ga niet meteen compliceren. Ga terug naar de regio. Breng partijen bij elkaar, met een eigen budget. En houden ze over, dan mogen ze dat houden.”

En op de vraag wie er verantwoordelijk is, vreest de politicus dat dat de overheid blijft, omdat zorg een schaars goed wordt. “Er zijn altijd helden, daarbij scoren innovatieve projecten doorgaans goed,” vervolgt Van der Veen, “en als het dan voor iedereen moet gelden, loopt het vast. Maar dat heeft ook weer te maken met wet- en regelgeving.”

 

Populatiebekostiging

Het lijkt alsof de PvdA -politicus hiermee het stelsel op z’n kop wil zetten, volgens de heer Bouwman van Zorgverzekeraars Nederland. Hij adviseert om experimenten met populatiebekostiging en integrale bekostiging mogelijk te maken. Ook Koster geeft aan dat er best verzekeraars, zorgaanbieders, verenigingen en gemeenten te vinden zijn die willen experimenteren met budgetten. Het veld wenst vooral experimenteerruimte zonder het hele stelsel te wijzigen.

 

Vakbeweging wil doelmatige zorg

En hoe ziet de vakbeweging de betaalbaarheid van de zorg? Betaalbaarheid van de zorg is voor de vakbeweging in de eerste plaats betaalbaarheid voor de ménsen, en niet de betaalbaarheid voor de overheid. Dr. Henk van der Velden, beleidsmedewerker bij de FNV en lid van de werknemersdelegatie van de SER -commissie geeft aan dat zorg ook een vorm van sociale zekerheid is, van solidariteit. Mensen betalen er premie voor, die wordt ingehouden van het loon.

De vakbeweging wil een doelmatige zorg. De vraag is dan wat de meest verstandige prikkels oplevert. En of marktwerking dan wel goed is. Van der Velden ziet ook dat de 1e en 2e lijn willen samenwerken. Maar hoe kunnen ze dat doen? Welke instrumenten zijn ervoor nodig? En ook hier rijst weer de vraag: wie is verantwoordelijk, wie trekt de kar?

 

Besparen is mogelijk

Dat er besparingen mogelijk zijn in de zorg illustreert Drs. Henri Kiers, fysio/manueel therapeut, bewegingswetenschapper en bestuurslid van het KNGF, met de portefeuille kwaliteit en wetenschap. De juiste patiënt bij de juiste zorg: dat is de kern van zijn pleidooi. Uit onderzoek blijkt dat hoe beter een patiënt het ziekenhuis binnenkomt, hoe beter en hoe sneller hij er weer uitkomt (het BiBo-principe). En weer deelneemt aan het arbeidsproces. Volgens een conservatieve schatting levert dat 30-40 miljoen per jaar op aan besparingen. Het voorbereiden van patiënten op een operatie bijvoorbeeld door een speciale fysiotherapietraining werkt dus. Kiers’ advies aan de SER is evident: implementeren op grote schaal.

 

Preventie

Ook preventie op de werkvloer levert geld op. Drs. Kiers deed onderzoek naar de manier waarop bedrijven hun personeel stimuleren gezond te zijn en blijven bij o.a. KLM en Skania. Bij Skania, waar een fysiotherapeut op de werkvloer beschikbaar was voor medewerkers, daalde het ziekteverzuim aanzienlijk. Het leverde een besparing van 5 miljoen op. Kiers pleit ervoor om die besparing terug te laten vloeien aan degene die de investering heeft gedaan.

Ook de heer Buijs, bedrijfsarts, sr. adviseur en onderzoeker bij TNO, bepleit dit. Onderzoek geeft aan dat jaarlijks miljarden euro’s  bespaard kunnen worden als er in de curatieve zorg eerder en meer aandacht is voor werk. Deze opbrengsten zouden terug moeten komen bij de werkgever.

 

Preventie levert geld op, ook al  duurt het vaak 10 jaar voordat dat zichtbaar wordt, zoals de heer Habets van de LHV stelt. Ook hij pleit voor doelmatiger werken in de zorg en het weghalen van zaken die niets opleveren.

Preventie verhoudt zich slecht met de huidige zorgverzekeringswet. Het veld heeft goede bedoelingen, maar heeft steun nodig vanuit de politiek. Als de helft van de ziektes vermijdbaar is, moet ernaar gestreefd worden om gezonde mensen gezond te houden. Mensen die lang gezond zijn geweest, maken namelijk ook in hun laatste levensjaren bij ziekte minder kosten, zo blijkt uit onderzoek. Maar hoe geef je preventie handen en voeten in een systeem dat gebaseerd is op genezen, in plaats van voorkomen? Daar is een omslag in denken, financieren en léf voor nodig.

 

Eigen verantwoordelijkheid

Hoe makkelijk is het om tegen een ander te zeggen wat hij moet doen, zonder zelf het goede voorbeeld te geven? Het is de tijdgeest om altijd van een ander een oplossing te verwachten. Toch zijn er soms collectieve maatregelen of wet- en regelgeving nodig voor maatschappelijke problemen. Bijvoorbeeld in de voedingsindustrie als het gaat om gezond gewicht. Nederland loopt achter bij Scandinavië of Frankrijk als het gaat om een vet- of suikertax.

 

De overheid moet haar burgers wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid als het gaat om hun gezondheid. Werkgevers en verzekeraars moeten hun verantwoordelijkheid nemen en de overheid moet dat stimuleren, bijvoorbeeld met subsidies.

En wat dichter bij huis? Dan laat een werkgever zijn medewerkers mantelzorg verrichten, stimuleert hij de gezondheid van zijn personeel en neemt hij zijn schoonmoeder in huis. Nuttig en goed voor de sociale cohesie.

 

 

 

 

fotoverslag >>