Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorgpoort 12 juni 2012
 

Met zorg dichtbij de zorgexplosie te lijf!

Door Wim Coenraadts

'Voorkom therapie, dan hoef je er ook niet trouw aan te zijn.' In al zijn eenvoud gaf deze stelling het sentiment onder de meeste aanwezigen weer bij de Zorg Poort-bijeenkomst van 12 juni jl. in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. De uitspraak stond voor de sterke behoefte om het gehele zorgcomplex beheersbaar te houden, of toekomstbestendig, zoals Zorg Poort-bestuurslid Paul Rijksen het in zijn inleiding verwoordde.

 

Want dat is de grote vraag die iedere zorgdeskundige - of hij/zij nu in de eerstelijns- of tweedelijnszorg werkzaam is - bezighoudt. Hoe houden we de komende vijftien jaar de dreigende explosie in de vraag naar zorg en de bijbehorende kostenuitbarsting in toom?

 

Voor de aanwezigen zette Steven van Eijck, voorzitter van de LHV en van de Verenigde  Eerstelijns Organisaties (VELO), het nogmaals helder uiteen. Aan de hand van zogeheten zorgcirkels gaf hij aan dat zonder veranderingen van buitenaf de eerstelijns zorgcontacten in de periode 2010-2025 zullen toenemen van 261 miljoen naar 372 miljoen. Die toename van 42 procent heeft alles te maken met de vergrijzing en de stabilisering van het bevolkingsaantal rond 17 miljoen Nederlanders. Er komen niet alleen beduidend meer ouderen, zowel in absolute aantallen als relatief, diezelfde ouderen doen ook nog eens veel vaker een beroep op zorg. Heel begrijpelijk, omdat ouderen nu eenmaal  kwetsbaarder zijn.

Van Eijck benadrukte namens de elf VELO-leden dat de dreiging van de zorgcrisis eigenlijk geen punt van discussie meer is. 'We zien die al jaren aankomen, dus moeten we kijken hoe we die crisis kunnen vermijden. Heel belangrijk daarbij is de juiste discussies te voeren. Dus niet beginnen met het eind van het vraagstuk, het geld, maar met het begin, het beteugelen van de zorgvraag.'

 

Met die beheersing is veel winst te behalen. Zeker als je weet dat die groeiende zorgvraag zich eigenlijk alleen zal voordoen in de leeftijdscategorie van 64 jaar en ouder. Daaronder zie je de vraag juist afnemen, maar is de 64 eenmaal bereikt dan keert de trend. Van 64 tot 75 jaar zal de vraag naar zorg met 36 procent toenemen, boven de 75 zelfs met 48 procent.

In de ogen van Van Eijck is het van ultiem belang veel van die zorgverzoeken van de tweedelijns- naar de goedkopere eerstelijnszorg over te hevelen. Voorwaarde is dan wel dat in die eerste lijn van o.a. huisartsen, tandartsen, thuiszorg, psychologen en GGD, betere werkwijzen worden ontwikkeld. De trefwoorden die daarbij horen zijn patiëntvriendelijk, doelmatig en betaalbaar. Nog korter gezegd: zorg dichtbij.

 

Jos de Blok van Buurtzorg Nederland lichtte dat principe vanuit eigen praktijk toe. Buurtzorg Nederland laat de zorgverlening volledig door hoog opgeleide wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden in kleine autonome buurtzorgteams invullen. Daardoor wordt het oplossend vermogen en de professionaliteit van medewerkers optimaal benut.

'Dat het werkt blijkt uit de enorme groei die we doormaken', houdt De Blok de aanwezigen voor. Buurtzorg werkt inmiddels met 470 teams - maandelijks komen er 150 medewerkers bij - die alle vooral de zelfredzaamheid van patiënten stimuleren.

'Erg zinvol, in de wetenschap dat 30 procent van de zorg eigenlijk overbodig is. Dat is precies de reden waarom wij in oplossingen denken in plaats van producten. Doe vooral geen dingen die niet nodig zijn, daardoor houd je ruimte over voor zaken waar je voor de cliënt werkelijk het verschil kunt maken.'

 

Goede samenwerking tussen de partners in de eerstelijnszorg is daarbij cruciaal. Huisartsen, thuiszorgteams, tandartsen, fysiotherapeuten moeten samen per deelprobleem kijken wat de beste oplossing is en wie van de partners die oplossing het beste kan bieden.  'Het is vervolgens wijs om de uitkomsten van die oplossingen bij te houden en zo voor iedere betrokkene een leermoment te creëren. Dat is veel beter dan dat iedereen zijn uren zit bij te houden om vervolgens daarop de organisatie maar weer aan te passen.'

 

Met Van Eijck erkent De Blok dat alle winst die je haalt door de eerstelijnszorg te optimaliseren wegvloeit als er niets wordt gedaan aan de noodzaak om zorg in te roepen. De beste remedie is dan toch gewoon zo lang mogelijk gezond blijven. Dat heeft alles met leefstijl te maken, waardoor je ziektes kunt voorkomen (preventie), maar ook met hoe je als patiënt met je ziekte of aandoening omgaat. Maak je je medicijnkuur af of laat je het versloffen, met de kans dat de kwaal weer terugkeert. Met alle particuliere en maatschappelijke kosten die daarbij horen.

Volgens VELO is er op dat terrein nog veel te winnen, vandaar dat in 2013 therapietrouw extra aandacht krijgt. Van Eijck had de exacte cijfers (nog) niet bij de hand, maar De Blok sprak uit dat bij bepaalde ziektes (o.a. COPD) het 'braaf' slikken van medicijnen en het navolgen van de voorgeschreven behandelmethodes een kostenreductie van wel 40 procent kan opleveren.

 

Hans Kamsma (Landelijke Vereniging Eerstelijnspsychologen) viel Van Eijck bij en pleitte ook op dit punt voor een nauwer optrekken tussen partners in de eerstelijnszorg. Zo ziet hij veel winst in het intensiveren van het contact tussen psychologen en huisartsen, die vervolgens gezamenlijk ook een beter inhoudelijk contact met de cliënt kunnen opbouwen.

Rosemarie Troost (Van Kleef Instituut, kennisnetwerk voor preventie en zorg) werkte dat verder uit door nadrukkelijk een lans te breken voor de behoeften van de cliënt. 'Het is helemaal niet zo vreemd om wat vaker de vraag te stellen of therapie wel het juiste antwoord is op de vraag van de cliënt. Heeft hij die behandeling wel nodig?'

Jan Smits (KNMP - apothekers) ziet daar dagelijks voorbeelden van voorbij komen. 'Dan heb je al bij het uitdelen van de medicijnen twijfel of de patiënt de therapie wel trouw blijft.' Volgens hem is daar beter op in te spelen door dichter bij de patiënt te werken. 'De menselijke maat moet weer voorop staan.'

Na zoveel eensgezindheid was een tegengeluid welkom, en dat kwam van Harry Wagemakers. De Dordtse wethouder zorg enjeugdgezondheidszorg vroeg zich af hoe het met de therapietrouw van de eerstelijnszorgpartners zelf is. 'Te vaak maak ik mee dat na een hoopvolle eerste overleg met eerstelijnspartners het moeilijk blijkt aan afspraken een vervolg te geven.' Dat moet beter, erkende Steven van Eijck, 'vooral ook omdat meer verantwoordelijkheden op het gebied van zorg naar gemeenten wordt overgeheveld'.

 

De bijeenkomst eindigde met de uitdaging die preventie heet. Kun je de verantwoordelijkheid voor therapietrouw nog bij de patiënt leggen, bij preventie blijkt dat haast onmogelijk. Terwijl preventie enorm belangrijk is bij het op termijn dempen van de zorgvraag. Vanuit de GGD werd het nog maar eens benoemd: 50 procent van de ziektes in Nederland zijn vermijdbaar, als de patiënt er een betere leefstijl op na had gehouden.

Deze constatering bracht Paul Habets (LHV - huisartsen) tot de conclusie dat de overheid op dit terrein het voortouw moet nemen. 'Preventie werkt niet op individueel niveau. De overheid is de eerst aangewezene om dat op te pakken. Met nationale programma's; tegen roken, ter bestrijding van obesitas en ga zo maar door.'

 

'En we moeten daarbij af van het stigma dat preventie betuttelend is. Preventie  bevordert juist de gezondheid. Het raakt bovendien zowel het individuele als het  nationale belang. Nu van ons allemaal wordt verlangd dat we langer doorwerken, wint persoonlijke gezondheid alleen maar aan gewicht.' In de marketing zouden ze dat vitaal ouder worden noemen.

 

 

 

 

fotoverslag >>