Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorg Poort 6 november 2013
 

Weg met het Zwitserleven gevoel, leve de dating site!

 

“’Ouderen uit de zorg halen vraagt meer dan 10 minuten bij de huisarts’

 

Het onderwerp van deze bijeenkomst van Zorg Poort blijkt plots actueler dan voorzien. Nog maar een paar uur eerder laat staatssecretaris Van Rijn weten dat verpleging en verzorging thuis in één hand blijft. Niet de gemeente maar de zorgverzekeraar gaat het allemaal regelen. Dit stemt bij het merendeel van de aanwezigen tot tevredenheid, taxeert Aad Koster, bestuurslid van Zorg Poort. Maar er moet echter nog veel veranderen in de organisatie van de ouderenzorg; één financieel systeem met goede onderlinge afspraken. Ondersteuning en begeleiding zijn belangrijke facetten en kunnen medische zorg terugdringen. Dit kan met een mix van goed opgeleide vrijwilligers en professionals.Daar blijken de meesten het wel over eens te zijn aan het eind van deze Zorg Poort bijeenkomst.

 

Een specialist ouderengeneeskunde verbinden aan de eerste lijn blijkt een gouden vondst. Herma Barnhoorn, directeur van Een Plus samenwerking, een gezondheidscentrum in Velp, is medeoprichter van het ouderenproject in Velp brengt het met overtuiging. De gemeente Rheden, waar Velp onderdeel vanuit maakt is een gemeente met veel ouderen boven de 75 jaar. Samen met Esther Bertholet zorgt zij ervoor dat tachtig ouderen jaarlijks “met veel meer plezier” thuis blijven wonen. “En het bespaart ook nog eens een miljoen euro op de AWBZ en tweedelijn aldus Barnhoorn. Dankzij een specialist ouderengeneeskunde (de vroegere verpleeghuisarts) en met een netwerk van eerste en tweedelijns zorgverleners zorgen zij voor een goede organisatie van begeleiding, hulp en zorg op maat. De specialist ouderengeneeskunde (geen praktijkondersteuner maar arts!) maakt op basis van een analyse een zorgplan. De huisarts blijft daarbij hoofdbehandelaar. Het project wordt gefinancierd door Menzis en ZonMw. Barnhoorn en Bertholet zijn nu op zoek naar een andere vorm van financiering op basis van een structurele inbedding in het basispakket.

Het succes van hun project maakt duidelijk dat er meer nodig is dan een tien minuten gesprek waar de huisartsen maximaal in zijn getraind. Het vergt ook een mentaliteitsverandering:meer uitgaan van de vraag wat kunnen mensen we en wat willen ze graag. Dat is betere dan al bij voorbaat uitgaan van alleen maar medicinale behandeling van kwalen omdat dat nu eenmaal in het systeem zit. Ouderen worden daardoor niet alleen kwetsbaar en eenzaam maar ook inactief. Het project in Velp is binnen korte tijd al veel geprezen en verdient navolging en inbedding in het reguliere systeem, zo is de teneur. Daar gaan veel eerstelijns organisaties voor pleiten.

 

Wim van Minnen brengt vanuit het cliëntenperspectief  de kansen en risico ’s van de decentralisatie in beeld aan de hand van een aantal kernwaarden.

“Welbeschouwd hebben de hoogopgeleide heren en dames van de ministeries vanuit een verre afstand weinig kijk op ouderen met een lage economische status (lage SES). Gemeenten hebben een betere kijk hebben op deze doelgroep. Daar ligt een kans voor ouderen ”, zo begint hij zijn betoog. “En dat is belangrijk want deze groep is 17 jaar eerder ziek en 7 jaar eerder dood”.

Ook ligt er voor ouderen een kans wanneer gemeenten hun visie in Senior Friendly City’s omzetten. Welzijn, wonen, zorg, transport en veiligheid worden integraal omgezet in beleid en uitvoering. Een WHO concept waar ouderen heel blij van kunnen worden. Eenzaamheid en veiligheid zijn immers voor ouderen zwaarwegend wanneer ze thuis of in hun eigen buurt blijven wonen. Echter: dan moeten de bewindslieden van zorg en wonen op de ministeries wel samenwerken aan nieuw beleid om dit ook in regelgeving mogelijk te maken. Dit kunnen de gemeenten niet alleen realiseren. Wel kunnen gemeenten handig gebruik maken van de infrastructuren van ouderenorganisaties en MEE. Door instellingen van gehandicapten, GGZ en ouderen met elkaar te verbinden ligt er een goed netwerk van professionals en vrijwilligers die ouderen kunnen begeleiden. Wel maakt Van Minnen zich zorgen over de consumentistische inslag van veel ouderen: “Na een leven lang werken en premie betalen wordt er op onze oude dag wel voor ons gezorgd, dus hoeven we zelf verder niks meer te doen”, is de veel voorkomende opvatting. Dat blijkt uit een onderzoek van Motivaction.  “Hoe maken we mensen duidelijk dat ze vooruit moeten kijken, een plan moeten maken op hun 65ste of 70ste? “, vraagt Van Minnen zich af.  En dat is iets anders dan het Zwitserleven gevoel vindt Van Minnen. Dat maakt ouderen passief. Beter is het een datingsite voor ouderen op te richten. Dat helpt! Bij de overheveling van een groot aantal taken naar de gemeenten per 1 januari 2015 plaatst Van Minnen overigens wel een kanttekening. Hij vraagt hij zich af of met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen, het grote aantal gemeenten en de opgelegde bezuinigingstaakstellingen die datum niet te vroeg is ….

 

Jannie Visscher (SP) is acht jaar wethouder in Groningen. Ze werkt samen met de woningbouwcoöperaties, zorgpartner Menzis, dienstverleners en intra- en extramurale zorgverleners al jarenlang aan een ouderenbeleid dat gericht is op zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen, thuis of in de eigen buurt. Er is vooral samenhang op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Dat gebeurt met hulp van maatschappelijke zorg en begeleiding. Ze vraagt zich hardop af wat het besluit van de staatssecretaris betekent voor het huidige ouderenbeleid in Groningen. “Was de knip tussen verpleging en verzorging groter dan de knip nu met begeleiding en maatschappelijke zorg? Bovendien gaat niet alles naar de zorgverzekeringswet. Er blijft nog een deel bij de gemeenten. Wat levert die knip op? Door een veranderend palet, een kleiner takenpakket en een enorme bezuinigingstaakstelling wordt het er voor gemeenten niet gemakkelijk op om samenhangend beleid te maken en uit te voeren”, aldus Visscher.

De idealen zijn niet allemaal gelukt, grotendeels omdat je te maken hebt met te kleine eenheden. In dat geval is er voor een aantal ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen een goede verbinding van de buitenwereld met de verpleeg- en verzorgingshuizen.

De grootste kracht van het beleid in Groningen is volgens Jannie Visscher de invoering van de Steun en Informatiepunten (STIPS) in de wijken. Ze bestaan uit een mix van beroepskrachten en vrijwilligers. De vrijwilligers worden begeleid en opgeleid. Zij bemensen vooral de front office om de drempel van de STIPS zo laag mogelijk te houden. De steunpunten zijn er tegenwoordig niet alleen voor hulpvragen van ouderen maar voor alle mensen met een beperking.

Ze spreekt uit ervaring wanneer ze aangeeft dat de handelingsvrijheid van de woningbouwcoöperaties nu te beperkt is. Tevens pleit Visscher voor de verbinding tussen oude en jonge mensen. Dat is voor beide doelgroepen heel belangrijk en ook voor de levendigheid in de wijken.

 

Tijdens het gesprek met de aanwezigen in de zaal blijkt dat het besluit van Van Rijn in goede aarde valt.

De organisatie voor verpleegkundigen en verzorgenden (V & VN) is blij: Vooral de wijkverpleegkundige is in staat de verbinding te leggen met  de medische en sociale kant van de zorg en begeleiding. Ook Zorgverzekeraars Nederland vindt het een goed besluit. Directeur Pieter Hazekamp: “Het is geen uurtje factuurtje meer. De zorgverzekeraars gaan een herberekening maken. De samenwerking tussen huisartsen en wijkverpleegkundigen wordt beloond als het gaat om een combinatie van beschikbaarheid, medische handelingen en kwaliteit. Dat levert gezondheidswinst op. Met dit besluit is tevens de samenwerking tussen gemeente en zorgverzekeraars niet langer vrijblijvend”.  

Wel moet er blijvende aandacht zijn voor het vereenvoudigen van de financiering en regelgeving. Het is nu onnodig ingewikkeld Het moet niet zo zijn dat je een boete krijgt omdat je goed doet en mensen uit de verpleeg- en verzorgingshuizen houdt of ze sneller laat revalideren zodat je meer bedden leeg hebt. Koplopers moeten dan ook geen last hebben van vertraging in het systeem.

 

Agnes Wolbert (PvdA Tweede Kamer) is blij dat de wijkverpleegkundige nu daadwerkelijk de rol krijgt die al veel eerder bepleit is door fractiegenoten Hamer en Arib. Cruciaal is de dubbelrol van de wijkverpleegkundige. Enerzijds de verpleegkundige taken en anderzijds de verbindende en sociale taken die nodig zijn voor samenwerking tussen disciplines.

Mona Keijzer (CDA Tweede Kamer) heeft nog geen halleluja gevoel. Ze ziet nog wel degelijk knelpunten in de zorg voor ouderen wanneer dit door de Zorgverzekeringswet wordt uitgevoerd. Er is wel degelijk verschil bij ziekenhuiszorg, GGZ zorg omdat het om risicodragende zorg gaat. Hoe gaan we dat vormgeven, wat is het gevolg voor de ziektekostenpremies en de uitvoering op de wat langere termijn?

 

Een solidaire samenleving lijkt de basis te blijven om ervoor te zorgen dat ouderen actief blijven en minder in de ongezonde modus staan. Geen Zwitserleven gevoel dus. “Wel briljante reclame want inactieve ouderen leven minder lang en dat is weer in het belang van de pensioenverzekeraars”, wordt met enig cynisme opgemerkt.

Weg met de ‘zorgattitude’ en de ‘verwenarrangementen’ oppert Van Minnen tenslotte. Neem ook als oudere zelf het heft in handen. Blijf niet op de bank zitten maar geef je leven naar beste weten en kunnen inhoud! Dat moet de boodschap zijn. Dat levert meer kwaliteit  van leven op. Ook voor ouderen.

 

   

 

Janke van der Zaag

 

Fotoverslag van Pieter Pennings >>