Agenda

Over Zorg Poort

Verslagen

Contact opnemen

Hét platform voor de zorg

Verslag Zorg Poort 11maart2014
 

Zorgpoort drukt met neus op de feiten

 

“Met zorg in de buurt komen ook de zorgen naar ons toe”

 

Mevrouw Martowinangoen is 79. Ze woont zelfstandig in een aanleunwoning maar dat is niet meer vertrouwd . Ze valt voortdurend en loopt regelmatig verwondingen op. Haar kleinzoon houdt zo vaak en zo goed mogelijk een oogje in het zeil. Ze krijgt ook zorg van het belendende verpleeghuis maar eigenlijk zou ze daar permanent opgenomen moeten worden. Dat wil ze zelf ook graag. Maar een indicatie wordt geweigerd.  “Moeten we dan maar wachten op de fatale val”, vragen haar verzorgers zich vertwijfeld af. Met de zorg voor de 17-jarige Ashraf gaat het al niet veel beter. Hij heeft scoliose en recent een zware operatie ondergaan. Ashraf heeft het verstand van een kind van twee. De nazorg vanuit het ziekenhuis laat op zijn zachtst gezegd te wensen over. Moeder en zus zijn opgezadeld met  intensieve zorg die in feite aan professionals moet worden overgelaten. “Ik wist van niets! De communicatie was erbarmelijk “, roept de huisarts met zichtbare irritatie.

 

De vertoonde film over twee praktijkgevallen tijdens de bijeenkomst van Zorg Poort spreekt boekdelen. Mantelzorgers worden onevenredig zwaar belast om hiaten in de professionele zorgcirkel op te vullen.

De reportage drukt de zaal met zorgverleners, bestuurders, verzekeraars en politici nog eens met de neus op de feiten: Zorg dichtbij is een prachtig voornemen, maar in de uitvoering is er nog een lange weg te gaan. Op 1 januari 2015 moet het allemaal beter worden. Dan gaat een belangrijk deel van de langdurige zorg naar de gemeenten. Links en rechts is er echter nogal wat twijfel of de gemeenten daar dan klaar voor zijn. Dat blijkt ook tijdens Zorg poort. “Met zorg in de buurt, komen ook de zorgen naar ons toe”, merkt een huisarts vertwijfeld op.

Directeur  Femke Gronheid van Zorgimpuls in Rotterdam bijt het spits af met een schets van Delfshaven. Een achterstandswijk waar 36 procent van de 74-duizend bewoners één of meer chronische aandoeningen heeft. Toch ervaart 72 procent de eigen gezondheid als goed (!?) Uit de cijfers blijkt echter dat veel mensen zorg mijden als gevolg van de eigen bijdragen. De huisarts speelt in Delfshaven wat betreft zorgconsumptie een prominente rol. De specialist komt pas in beeld als het echt niet anders kan.  Het eigen risico vormt hier de barrière.

 

Lef tonen

Volgens Agnes Wolbert, Tweede Kamerlid voor de PvdA, lost de nieuwe wet straks veel problemen op. ”Huisartsen en wijkverpleegkundigen krijgen dan meer mogelijkheden voor het direct toekennen van thuiszorg, verpleging, fysiotherapie, revalidatie en dergelijke. Daar ontbreekt het nu aan. De tweehonderd miljoen die extra beschikbaar komt voor de wijkverpleegkundigen wordt gebruikt in de tandem met de huisartsen. De wijkverpleegkundigen moeten daarbij indicatievrij kunnen werken”.

Dat ontlokt Cisca Koning (KAMG) de opmerking dat huisartsen dan wel strenger moeten worden en lef tonen als het gaat om noodzakelijke nabehandelingen of doorverwijzingen. “Zij moeten zich niet laten afschepen wanneer voor de specialist de behandeling wel klaar is, terwijl voor de patiënt de behandeling en nazorg essentieel zijn voor revalidatie en terugkeer naar de maatschappij”.

 

Lamgeslagen

Velen zijn geschokt door het feit dat zorgverleners lamgeslagen lijken door de (huidige) regelgeving. Volgens bestuurslid Lips van de LHV wordt het straks waarschijnlijk wel beter geregeld. ”Maar”, vraagt hij zich af,  “hoe zit het met zaken als tijd, geld en kennis bij de gemeenten?”

Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG heeft de zaken duidelijk op een rijtje. De CIZ, nu nog verantwoordelijk voor de indicatiestelling, verdwijnt. “En daar komt op gemeentelijk niveau echt geen nieuw instituut voor in de plaats”, bezweert zij.

De vaak gebrekkige communicatie binnen de zorgcirkels heeft ook haar volle aandacht. “De communicatieproblemen lossen we op door de zorg te verbinden met mensen die zich bezighouden met bijvoorbeeld huisvesting, financiën, participatie en onderwijs. Een dominante rol voor de professionals is en blijft nodig, maar soms is het ook goed om te ontzorgen”.

Volgens Kriens duurt het wetgevingstraject nu al te lang: “Het moet geen moment langer duren omdat veel mensen in onzekerheid leven. We moeten denken vanuit de patiënt en niet vanuit beleid of financiën. We hebben weinig geld maar we moeten meer zorgen voor de inwoners en zorgen voor een zachte landing”.

 

Zichtbare schakels

Volgens Tweede Kamerlid Henk van Gerven (SP) maken de film en de geschetste ontwikkellijnen van de VNG duidelijk dat we verpleeg- en verzorgingshuizen niet moeten sluiten maar koesteren. Daarbij moeten de bezuinigingsmaatregelen van tafel.

Rik van der Meer (voorzitter KNMP) vermoedt nog een bureaucratisch addertje onder het gras. Hij plaatst een kanttekening bij de continuïteit van zorg in relatie met markwerking. Is dat geen risico? “Hoe zit het met de beschikbaarheid van de wijkverpleegkundige en de wederkerigheid in de afspraken? Weliswaar gaat de indicatiestelling meer naar de wijkverpleging en huisartsen maar komt er dan geen nieuwe vorm van bureaucratisering?

Fred Schaaf van Achmea denkt van niet. “Er zijn al veel wijkverpleegkundigen en de contracten in de wijk gelden straks voor langere tijd. Het wordt zichtbaar in het project ‘zichtbare schakels’ in Rotterdam waarin de wijkverpleegkundige een hoofdrol heeft”, zegt hij.

Maar daar is Jos de Blok van Buurtzorg het helemaal niet mee eens. “Ik heb 80 wijkverpleegkundigen in Rotterdam uit het project ‘zichtbare schakels’ gehaald, juist omdat er teveel coördinatoren en commissies zijn. Dat helpt de zorg niet”.

Oud Kamerlid Sabine Uitslag weet de oplossing om het spook van de bureaucratisering te temmen. “We moeten uit de huidige veilige cocon stappen”, zegt ze.  “De route van de cliënt bepaalt wat er nodig is. Daarbij kan Domotica of e-health ons helpen. We moeten het oude denken loslaten”.

 

“En de bureaucratie en regelgeving beperken”, besluit gespreksleider Caspar Becx: “De neiging bij sommige gemeenten onderdrukken om  alles in het klein weer op te bouwen. Dus weer veel commissies en coördinatoren in het leven te  roepen waaraan het geld wordt besteed, in plaats van aan de noodzakelijke zorg rondom de patiënt”.