wpf4561716.png
wp5ef5d38d_0f.jpg

Hét platform voor de zorg

wp85a4d237_0f.jpg
wpd2fded23_0f.jpg
wp130bc021_0f.jpg
wp58f8c936_0f.jpg
wpd37ee569_0f.jpg

Verslag Zorg Poort 5 maart 2009

 

Diabetes leent zich voor functionele bekostiging

 

Functionele bekostiging, werkt dat? En is een snelle invoering wel zo’n goed idee? Op deze Zorg Poortbijeenkomst mochten bestuursvoorzitter Edwin Velzel van verzekeraar UVIT en NIVEL-directeur Peter Groenewegen er hun licht over laten schijnen.

 

Volgens minister Ab Klink staan we aan de vooravond van een revolutie, weet gespreksleider Max van Weezel de vele aanwezigen te vertellen. Weer een revolutie! En Klink heeft haast. Hij geeft zichzelf vier jaar om zijn erfenis klaar te hebben. De invoering van functionele bekostiging in de zorg moet dan ook snel plaatsvinden. Natuurlijk hoort men wel vragen te stellen bij een revolutie. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen van de invoering voor patiënten en zorgaanbieders? Het systeem wordt de komende maanden in politiek Den Haag een heet hangijzer.

Verzekeraar Velzel ziet voor zich dat huisartsen mensen meer gaan begeleiden, bijvoorbeeld bij medicijngebruik. Het blijkt dat ziekenhuisopnames dan met 30 tot 50 procent dalen. Bij een geïntegreerde keten denkt Velzel aan een keten in de diepte, niet in de breedte. “Betere zorg en kostenbesparing door goede samenwerking. Niet curatief wachten, maar preventie: risicogroepen benaderen. In drie tot vijf jaar is er al een zichtbaar effect op de gezondheid en in de kosten. Je kunt hiermee veel bereiken bij chronisch zieken.” Substitutie kost nu geld door de polarisatie tussen eerste en tweedelijn. Velzel wil daarom de outcome belonen in plaats van de verrichting. “Ik wil een contract sluiten met de eerste en tweede lijn over het gezond maken van de omgeving. Functionele bekostiging zie ik als een opmaat.”

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Prikkel

Door polarisatie is de zorg nu niet geoptimaliseerd. Aan de hand van een tabel laat Velzel zien dat een niet-geïntegreerde eerste lijn goedkoper is dan een geïntegreerde eerste lijn. Met name de tweedelijn is veel duurder uit. Velzel vindt dat eerste en tweedelijn aan tafel moeten om te kijken hoe ze zo efficiënt mogelijk kunnen samenwerken. “Nu zijn er teveel kosten en daar maak ik mij zorgen over.” Hij wil naar een systeem van: what you pay, is what you get. De prikkel voor zorgaanbieders is dan dat ze meer gaan verdienen naarmate het gezondheidsniveau in een wijk stijgt. “We hopen dan geld over te houden waarmee we de extra prikkel voor de zorgaanbieders kunnen betalen, de klant eventueel een goedkopere polis kunnen bieden en kunnen investeren in innovatie.” Er is een prikkel voor gezond gedrag van de patiënt en zorgaanbieders krijgen een basisbudget plus de gezondheidsprestatie. “Als dit systeem wordt gevolgd is er ook minder behoefte aan fusies.”

Op het punt van functionele bekostiging zelf legt Velzel de focus op chronische zorg en pro -actiever werken. “De ex post verevening is de bottleneck”, aldus Velzel. Kleine verzekeraars zetten de hakken in het zand. “Wij willen een betere DBC -administratie en betere ex ante budgettering. Bouw de ex post verevening af en doe dat één –op -één met de implementatie van functionele bekostiging. We moeten een verantwoorde manier zoeken waar ook kleine verzekeraars mee uit de voeten kunnen.”


Disease-management

Onderzoeker en directeur van het Nivel Peter Groenewegen kijkt in zijn verhaal naar de omvang van groepen waar functionele bekostiging voorkomt. Hij pleit voor meer patiëntgerichte en populatiegerichte zorgorganisaties. Zij dienen daarvoor te innoveren in sturing, organisatie en personeel en hun menskracht goed in te zetten. Ook dienen zij zorgprocessen in hun ketens evidence-based te innoveren. “In zorgorganisaties moeten we van breed naar smal kijken”, aldus Groenewegen. Duitsland, België, Frankrijk en de VS hebben een zwakke eerste lijn. Zij kiezen voor verticale oplossingen, zoals disease-management bij diabetes. “Maar gaat dat wel goed bij andere groepen?” In het Verenigd Koninkrijk kiezen ze voor horizontale oplossingen door incentives. “Dat is een interessante ontwikkeling. Ze financieren het resultaat, niet het proces. Engelse huisartsen zijn dan ook de rijkste van Europa.”                                               

Disease-management lijkt goed te werken bij functionele bekostiging. Er is wel een goede selectie van patiënten, een juiste toewijzing en een goede toedeling van verantwoordelijkheid noodzakelijk. Hoe het allemaal doorwerkt in de bekostiging is nog onbekend. Volgens de cijfers van Groenewegen is 12 procent van de consulten voor diabetes, een kleine 15 procent voor astma/COPD en 7 procent voor hartfalen. “Hoe gaan we die laatste twee optuigen?”, vraagt hij zich af. Patiënten komen ook voor andere dingen. Sterker nog: het aantal consulten voor de index-ziekte is minder dan de helft. Patiënten komen dus vaker voor iets anders. Multimorbiditeit komt ook vaak voor. De helft van alle 55-plussers heeft minimaal twee chronische aandoeningen.

Wanneer is het dus efficiënt om iets als een index-ziekte apart te behandelen en wanneer niet? Wat is meer of minder doelmatig in de eerste lijn? Groenewegen adviseert naar natuurlijke experimenten in Nederland te kijken. Volgens hem is functionele bekostiging mogelijk als er een duidelijke regie is. “In een sterke eerste lijn heeft de huisarts de regie.”

We moeten ook attent zijn op onbedoelde gevolgen van functionele bekostiging. Het financieren van output heeft volgens Groenewegen altijd negatieve gevolgen. “Als je de eerste lijn verantwoordelijk maakt voor de gezondheid in een buurt, bestaat een prikkel alleen als je er echt iets aan kan doen.” In achterstandswijken in Engeland waren er redenen buiten de invloedssfeer van zorgorganisaties. “Dan wordt de frustratie alleen maar groter als het ondanks alle inspanningen niet lukt.” Ook moeten we letten op verschuivingen van algemene zorg naar functioneel bekostigde zorg, op versplintering langs index-ziektes en op ketenvorming: het moet duidelijk zijn waar de verantwoordelijkheid ligt.

 

 

 

 

 

 

 

 


Pilots

Van Weezel vindt het tijd voor een politieke reactie, maar helaas zijn niet alle uitgenodigde Kamerleden op komen dagen. Gelukkig is CDA -Kamerlid Margreeth Smilde er wel. Zij vindt dat er inderdaad risico’s zitten aan het systeem, zoals verkeerde prikkels en polarisatie. Ze heeft Klink al vaak gevraagd iets aan ex post verevening te doen. “Maar het kan nog niet verantwoord en ik wil wel een zorgvuldige invoering van het systeem.”

Van Weezel vraagt zich af of er straks niet allemaal nieuwe zuiltjes ontstaan: voor astma, hartfalen etc. Smilde heeft Klink gevraagd een begin te maken met de ketenzorg en met functionele bekostiging met een aantal aandoeningen via pilots. “Nog niet bij huidkanker, maar wel bij ‘grotere’ ziekten.” De verantwoordelijkheid legt Smilde bij de huisarts. “Hij kent het hele plaatje. Een specialist weet wat hij aan een huisarts heeft. Gezondheid is een verantwoordelijkheid voor beiden.”

 Longarts en bestuursvoorzitter van de VVAA Van den Bergh denkt dat heel veel patiënten nu niet in de tweedelijn zijn die daar wel horen. “Er komt bij functionele bekostiging dan veel tevoorschijn dat je nog niet kent en dat is kostenopdrijvend. Er is nog veel wijsheid nodig.” Internist en KNMG- voorzitter Kruseman doet veel diabeteszorg. “Dat is geen homogene aandoening. De gecompliceerde gevallen komen bij de tweedelijn, de minder -gecompliceerde gevallen bij de eerste lijn.” Sinds de invoering van de DBC heeft hij geen nieuwe patiënten meer binnengekregen. “Hoe kan dat? Het gevaar bestaat dat patiënten pas komen als het al te laat is.”

 

Good practices

De directeur Zorg van Agis wijst op een onderzoek in Amsterdam onder diabetespatiënten. Door intensievere begeleiding is er een verbetering van de zorg in de eerste lijn. Hij verwacht dezelfde gevolgen bij andere groepen. “Als verzekeraar moet je de good practices stimuleren.” Volgens LHV-bestuurslid Paul Habets heeft structurele aandacht veel zin. “Maar het kost meer tijd, dus ook meer geld. Je verdient het wel terug, maar dan in een andere kolom.” Habets vraagt zich af welk probleem functionele bekostiging oplost. “We moeten niet in dit tempo doorgaan. Diabeteszorg is een begin, maar nog niet verder.” Beleidsadviseur Martien Bouwmans van Zorgverzekeraars Nederland vindt dat er door functionele bekostiging meer samenhang komt in de eerste lijn. “We moeten ook meer taken naar verpleegkundigen herschikken en zij moeten ook gecontracteerd worden. Het is raar dat de eerste lijn dat nooit voor elkaar gekregen heeft.”

In het huidige voorstel wordt het probleem van multimorbiditeit niet opgelost, aldus Van Weezel. Volgens NHG -voorzitter Arno Timmermans lost het zorgaannemerschap met de huisarts als hoofdaannemer dat probleem niet op. “De patiënt is geen optelsom van disease-management programma’s.” Timmermans wil alleen functionele bekostiging zonder de bijwerkingen. “Ik zie functionele bekostiging boven op de integrale zorg.”

Volgens Marc Berg, extern projectleider voor VWS, is er universele consensus dat er iets voor de groep diabetici moet gebeuren. “Er zijn indrukwekkende resultaten geboekt met diabetes. De aantallen zijn met 10 á 20 procent naar beneden gegaan in drie, vier jaar.” Berg erkent het probleem van risicoverevening. “Maar het B-segment wordt volgend jaar niet meer verevend.” Volgens hem gaat het allemaal niet te snel. “De noodzaak is er en de initiatieven liggen al klaar. Er moet niks op 1 januari 2010, maar de blokkades zijn wel weg en innovatie gaat harder als eraan wordt verdiend.” Wat betreft multimorbiditeit is er volgens hem nu veel versnippering. “Maar niemand wil allemaal ketentjes, dus dat gebeurt ook niet. Iedereen gaat het al integreren. Functionele bekostiging betekent niet dat het ook functioneel moet worden georganiseerd.”

Velzel’s zorgen zijn na de discussie weg, al wil hij ook afschaffing in het A-segment. Verder ziet hij in een grote populatie schaalvergroting optreden. “Misschien levert het wel nieuwe organisatievormen op tussen de eerste en de tweedelijn.” Groenewegen kijkt als onderzoeker altijd naar wat er mis kan gaan. “Snel veranderen kan, snel terugveranderen niet. We moeten er dus goed naar kijken.”

 

Wouter Boonstra, 2009.                                                                                                                               Fotografie: Pieter Pennings

 

wp55076c92_0f.jpg
wpc8059ce1_0f.jpg
wp92a1e572_0f.jpg
wpa978c9bb.png
wp3ee8e472_0f.jpg